Module 2

De computer gebruiken en bestanden beheren
Deze module vereist kennis en bekwaamheden in het gebruik van de basisfuncties van een PC en het besturingssysteem ervan. De kandidaat is in staat de voornaamste basisinstellingen aan te passen, de ingebouwde helpfuncties te gebruiken en kan omgaan met een niet reagerende toepassing. Hij kan effectief omgaan met het bureaublad en werken met pictogrammen en vensters. De kandidaat kan bestanden en mappen beheren en organiseren, weet hoe deze kunnen worden gekopieerd, verplaatst en gewist èn kan bestanden in- en uitpakken. De kandidaat begrijpt wat een computervirus is en kan een anti-virusprogramma gebruiken. En hij kan eenvoudige opdrachten voor tekstverwerking uitvoeren en mogelijkheden voor afdrukbeheer binnen het besturingssysteem gebruiken.
Inhoud
|
|
